Wanneer ik in je ogen kijk, kan ik alleen maar denken waarom. Waarom zie ik je diepgroene irissen, je charmerende wenkbrauwen en de gitzwarte pupil waarachter een hele wereld schuilhangt? Waaarom voel ik je handen teder op mijn rug als je mij omhelst? Waarom voelt het alsof de grond onder mij verdwijnt wanneer je mij verlaat? Waarom, oh waarom, heeft het universum in al zijn grootsheid besloten om dit vlezig wezen, deze fragiele kleine man, bewust te maken?
Fundamenteel begrijp ik het niet. Ik snap niet waarom ik adem, telkens opnieuw en zonder genade. Ik snap niet waarom ik leef doorheen een mengeling van het grootste drama en de kleinste gelukjes. Waarom wij samen leven; ieder van ons, lichtpuntjes in een groteske kosmische duisternis. Waarom voeren we oorlog, om die daarna te vergeten, zodra onze kinderen volwassen zijn? Waarom beschouwen wij elkander soms als vijand, dan weer als concurrent? Waarom kruipen we in obsessies, vernederingen, angsten en compulsies, om daarna te sterven? Wat is een leven met zoveel pijn en verdriet? Waarom, godverdomme, waarom?
Ik heb geen antwoorden. Ik ken enkel bewondering. God, als u bestaat: u heeft het onmogelijke gedaan. U maakte van mij iets meer dan enkel vlees en bloed. U deed mij zien. Ik zie deze woorden, ik adem ze. Een ogenblik in een ruis van oneindigheid die al voorbij is voor je het kan omarmen. Ik besta.
Bestaan zou niet zo uniek mogen zijn. Een radertje dat klikt, een machine die in gang schiet. Een chemisch proces, een aantal elementaire deeltjes die hun gedachten uitwisselen. Een brein dat probeert te overleven; een aapachtige soort die opkomt en weer verdwijnt. Niets van dit alles schreeuwt: ‘Ik ben hier!’.
Gaan ze het ooit vinden, dat orgaan dat ons bewustzijn geeft? Ik betwijfel het ten zeerste. Geen enkele natuurwet verplicht dat je moet zijn. Ware het neuronen, de welke? Alle neuronen of slechts een deel? Die links of rechts? Boven of onder? Ware het informatie-overdracht, hoe beschrijf je dan het zien van mijn ochtenddauw op een winterochtend met jouw wiskundige functie? Wat is het domein, wat is het bereik?
Gemakkelijk is het wel, mochten we dit orgaan vinden. Onze nood om te zijn zou volledig verdwijnen. We zouden geheel kunnen opgaan in ons non-existentieel drama. Doomscrollen op Facebook, Instagram en TikTok, terwijl zinloze oorlogen gedreven door sadistische leiders ons wellicht allemaal naar het niet-zijn brengen. De wil om te vergeten is immens.
Ik weet niet wat te doen met deze gave die het universum op mij heeft geplaatst, als een geheimzinnige spreuk. Ik weet niet hoe ik moet verklaren waarom ik ben. Ik wil het vergeten, mijzelf onderdompelen in de materiƫle geneugten, waarvan er zo veel zijn. Waarschijnlijk doe ik dat ook. Toch blijft het vragende daar; nooit ver weg.
Ik weet alleen dat hoe ouder ik word, des te meer dat ik verwonder.